Bang in het donker
Bijgewerkt op 6 september 2026

Bang zijn voor het donker komt bij kinderen van drie tot zeven veel voor. Er is dan genoeg fantasie om je iets voor te stellen wat er niet is, en nog niet genoeg overzicht om jezelf gerust te stellen.
Waarom uitleggen niet werkt
Op de zin dat er niks is, valt niets terug te zeggen, en daarmee is het gesprek klaar terwijl het gevoel dat niet is. Erger nog: je hebt net bevestigd dat er iets is waar je het over moet hebben. Kinderen tussen drie en zeven ontlenen hun oordeel over gevaar aan jouw houding, niet aan je argument.
Wat wel werkt, is het donker een vorm geven. Iets wat een naam heeft en een plek, is minder eng dan iets zonder allebei.
Drie dingen die het donker kleiner maken
- Eén klein licht dat je kind zelf aan en uit kan doen. Zelf bedienen doet meer dan de hoeveelheid licht.
- Een vaste stand van de deur. Op een kier is prima, als het elke avond dezelfde kier is.
- Een verhaal waarin het donker gewoon voorkomt en niemand het spannend vindt.
Dat derde punt is de reden dat avond 2 van deze bundel over een lampje gaat. Opa Lang doet het licht uit en Plak is er nog steeds, want een schaduw verdwijnt niet als je hem niet ziet. Het verhaal legt niet uit dat het donker veilig is. Het laat zien dat er in het donker niets verandert.
Wat je 's avonds niet doet
Zoek niet samen onder het bed of in de kast. Zoeken is een handeling die zegt dat er iets te vinden valt, en de volgende avond moet je het weer doen. Beloon evenmin het uit bed komen met een gesprek in de woonkamer. Ga in plaats daarvan terug naar de slaapkamer, blijf kort en gebruik elke keer dezelfde woorden.
Wanneer het meer is dan bang
Angst die overdag doorloopt, die weken achter elkaar erger wordt of die je kind uit school of van vriendjes weghoudt, hoort bij de huisarts of het consultatiebureau. Dit stuk gaat over de gewone variant: bang bij het licht uit, weg bij het licht aan.
Lees avond 2, Het lampje. Twee minuten voorlezen, en het donker komt erin voor zonder dat iemand er iets van vindt.
Bronnen
- JGZ-richtlijn Slaap, hoofdstuk Normaal slaapgedrag (Nederlands Centrum Jeugdgezondheid).
- Mindell, Li, Sadeh, Kwon en Goh (2015). Bedtime routines for young children: a dose-dependent association with sleep outcomes. Sleep 38(5), 717-722.